Nieuwe kennis ECT gebundeld

(Leestijd: 2 - 4 minuten)
ECT

Het aanschouwen van de ernstige ontregeling van een patiënt met een psychotische depressie, waarbij deze snel ademend, zeer angstig en aanklampend lijdt en de familie wanhopig smeekt om een oplossing, zal menig klinisch werkende psychiater bijblijven. Elektroconvulsietherapie (ECT) kan daarbij vaak de klinische toestand van de patiënt sterk en snel verbeteren. Helaas wordt ECT vaak niet direct ingezet vanwege het stigma, onvoldoende kennis kennis bij de betrokken hulpverleners (niet alleen psychiaters) en onvoldoende capaciteit. Recent werd door Dominique Scheepens c.s. van het AUMC vastgesteld dat 1,2% van de persisterend depressieve patiënten in Nederland een ECT-kuur krijgt, terwijl bij 26% van deze patiënten ECT had kunnen worden overwogen (Tijdschrift voor Psychiatrie 2019; 61: 16-21). Er is dus nog wel wat in te halen in de dagelijkse praktijk!

 

In oktober 2019 komt er een nieuw leerboek ECT uit. Dit boek wordt ten doop gehouden op een speciaal symposium op vrijdag 11 oktober 2019 in Arnhem.

De indicaties voor ECT zijn sinds jaar en dag bekend, en betreffen voornamelijk de ernstige, therapieresistente - vaak ook psychotische - depressieve ontregelingen bij zowel unipolaire en bipolaire depressies. In uitzonderingsgevallen wordt ECT toegepast bij (maligne) catatonie ontregelingen, primair psychotische stoornissen en bij therapieresistente manieën. In de praktijk is vrijwel onbekend dat - in extreme uitzonderingsgevallen, waarbij ernstig voor het leven van de patiënt gevreesd wordt - ECT kan worden overwogen bij therapieresistente delieren, ernstige therapieresistente motorische ontregelingen bij de ziekte van Parkinson, en bij een therapieresistente status epilepticus.

De laatste jaren zijn meer wetenschappelijke inzichten ontstaan ten aanzien van de technische aspecten van ECT en de nabehandeling, maar ook betreffende de onderliggende mechanismen waarmee insultactiviteit wordt het uitgelokt en hoe ECT inwerkt op de hersenen en in zou kunnen grijpen op het ontstaan van psychopathologie. De behandeling wordt daardoor steeds efficiënter en de bijwerkingen zijn beperkter dan in vroeger tijden. 

 

Ten aanzien van de technische aspecten is gebleken dat de therapeutische effectiviteit van ECT niet alleen afhangt van het zichtbaar opgewekte insult, maar ook van de neurofysiologische effecten. Deze effecten hangen weer samen met de elektrodeplaatsing, de stimuluskarakteristieken (pulsbreedte, pulsfrequentie, stimulus train duration en stimulusamplitude), en de mate waarin met de elektrische stimulus een hoeveelheid lading boven de insultdrempel wordt toegediend. Inmiddels is duidelijk dat na een ECT-kuur de patiënt zal moeten worden nabehandeld om een recidief te voorkomen, waarbij het meest onderbouwd een nabehandeling met nortriptyline en lithiumadditie is. De laatste jaren wordt ook gewezen op onderzoek naar het stabiliseren met onderhouds-ECT, rTMS, en/of psychotherapie. Er is nog veel meer onderzoek noodzakelijk naar deze alternatieven, want soms blijft de patiënt post-ECT niet stabiel op alleen medicatie.

Wetenschappelijke studies van de laatste jaren richten zich ook meer op de vraag hoe insultactiviteit kan worden opgewekt, hoe deze zich vervolgens verder door de hersenen verspreidt, welke belemmeringen daarbij een rol kunnen spelen, en hoe – ten slotte – de insultactiviteit weer door de hersenen wordt beëindigd.

Recent onderzoek richt zich ook op het voorspellen van de uitkomst van een ECT-kuur. Meetinstrumenten naar ernst en chroniciteit van de depressie blijken de ECT-responders (en non-responders) redelijk goed te kunnen voorspellen, echter onvoldoende voor de praktijk. De cortisolconcentratie in hoofdhaar blijkt ook een goede voorspeller van effectiviteit van ECT te zijn, maar is onpraktisch omdat er flink wat hoofdhaar nodig is. Vooral structurele en functionele MRI-voorspellers komen in de literatuur positief naar voren, maar replicatiestudies zijn nog noodzakelijk.

Ten aanzien van onderzoek naar de werkingsmechanismen van ECT heeft structureel beeldvormend onderzoek aangetoond dat er gedurende een ECT-kuur een grootschalige toename optreedt van het corticale en subcorticale volume. Ook heeft ECT een effect op de systemische huishouding van de stresshormonen. Echter, er is nog veel meer onderzoek noodzakelijk om de gesuggereerde werkingsmechanismen op te helderen. Hopelijk leidt dit tot het verder personaliseren van de ECT-techniek, waardoor bijwerkingen blijven bespaard en de effectiviteit maximaal is.

 

In oktober 2019 komt een nieuw leerboek uit, waarin de huidige stand van zaken wordt beschreven met betrekking tot de klinisch-wetenschappelijke, basaal-wetenschappelijke en maatschappelijke aspecten van ECT. Dit boek wordt ten doop gehouden op een speciaal symposium op vrijdag 11 oktober 2019 in Arnhem, waarbij het de bedoeling is om tijdens deze bijeenkomst 'meer de diepte' in te gaan. De kennis van psychiaters - en andere betrokken professionals - zal inmiddels verder moeten kunnen gaan dan het weten dat 'therapieresistente depressies' het belangrijkste indicatiegebied is en dat bij de behandeling 'op een knopje gedrukt wordt'. ECT is veel meer dan dat!  

 

Disclosure: Jeroen van Waarde is eindredacteur van het Leerboek Elektroconvulsietherapie en mede-organisator van het Rijnstate-Symposium op vrijdag 11 oktober 2019.

Referentie boek: Verwey B, Waarde, JA van (redactie). Leerboek Elektroconvulsietherapie. Boom/De Tijdstroom, 2019.

Twitter

Nieuwsbrief