Boek

Dit dossier bevat artikelen met de tag BOEK

  • In het boek ‘Tussen mensen’ lichten twee contextueel psychotherapeuten het werk van Ivan Boszormenyi-Nagy toe. Deze Hongaars-Amerikaanse psychiater en familietherapeut wordt als grondlegger van de ‘contextuele psychotherapie’ gezien, een van de substromingen van onze tegenwoordige familie- en relatietherapie.

  • Gek genoeg hebben in 2019 zowel een psycholoog (link) als een psychiater (link) een soortgelijk boek geschreven waarin ze aandacht vragen voor de penibele situatie in de GGZ. En om het toeval nog meer te tarten heten beide schrijvers ook Frits. Het boek van Frits Bosch (psycholoog) werd al eens eerder gerecenseerd op DJP. Psychiater Frits Oostervink schreef het boek Help, de psychiater wordt geken lucht op zijn hart over de huidige stand van de psychiater in de psychiatrie. Is het een must-read? Nou, als je op zoek bent naar alle ins en outs van de ouderenpsychiatrie en/of als je altijd al een keertje een uitgebreide verslaglegging wilde lezen van een oudere psychiater die een montere, wat passieve strijd tegen het ‘management’ voert dan is dit echt het boek voor jou. Voor alle andere lezers, zou ik niet weten of het de moeite waard is.

  • Marc Schuilenburg, criminoloog en filosoof, en tevens columnist bij NRC Handelsblad heeft een boek geschreven, getiteld ‘hysterie, een cultuurdiagnose’. Hysterie is een begrip dat in de huidige tijd veel wordt gebruikt. Voor hulpverleners is het echter een waardevolle diagnose om gedrag van patiënten te kunnen duiden. Ik had, mede door de kracht van het begrip in de psychiatrische praktijk, zin in een boek over hysterie. Schuilenburg kan deze verwachtingen maar deels inlossen. 

  • Onlangs schreef de Maastrichtse aios psychiatrie Mette Konings in Medisch Contact een betoog voor matige dokters en ook anderen schreven over de dokter die in toenemende mate overbelast raakt omdat er verwacht wordt dat hij/zij perfect is of dan toch minimaal handelt en doet alsof. Konings bedoelde in haar stuk natuurlijk niet écht matige dokters die aan de lopende band verkeerde diagnoses stellen, grove fouten maken, hun literatuur niet bijhouden en niet goed onderlegd zijn. Haar stuk moet vooral gelezen worden als een pleidooi voor artsen die niet zozeer matig, maar ook zeker geen supermens zijn. Artsen die wel eens binnensmonds vloeken als ze gebeld worden, die snoozen als de wekker gaat, die geen marathons lopen (al waren het maar halve), die eigenlijk ‘s nachts liever slapen dan werken, die niet op hoog niveau viool spelen of moeilijke boeken schrijven. Dokters kortom die niet zozeer overwegend heel intellectueel, sportief én muzikaal zijn, maar vooral menselijk. Die gewoon vermoeid en geëmotioneerd raken en die het ook wel eens niet weten en dan om hulp vragen.

    De Engelse huisarts Gavin Francis is in elk geval duidelijk niet zo’n ‘matige dokter’. Francis is een dokter die Ovidius en oude Russische meesters leest (en het niet nalaat deze te pas - en vooral te onpas- te citeren). In het onlangs verschenen boek Gedaanteverwisselaars vertelt Francis over een 24-tal patiënten die op enige manier van gedaante verwisselen, zowel fysiologisch (het sluiten van de ductus Botalli, puberteit, zwangerschap, menopauze, de dood), pathologisch (gigantisme, anorexia nervosa), zowel somatisch (botbreuken, parapemphigus), psychiatrisch (delier, insomnia, anorexia nervosa, amnesie) als alles daartussen (tatoeages, amputaties/protheses, bodybuilding, castratie). 

     

    Zo op het eerste gezicht doet dat natuurlijk denken aan Oliver Sacks en recenter Helen Thomson (Het ondenkbare denken, eveneens recent uitgekomen en eveneens op DJP gerecenseerd. Het verschil zit erin dat de patiëntbeschrijvingen bij Francis vooral korte anekdotes betreffen, die - meer dan bij Sacks en Thomson - worden ingekleed met verhalen uit de (medische) geschiedenis, kunst, literatuur en mythologie. Francis blaast geregeld hoog van de toren en weet zijn intellectualiteit goed ten toon te spreiden. Een leuke opzet, al is het vaker omgekeerd: vrij lange verhandelingen over literatuur en kunst, waar aan de haren een patiënt bijgesleept wordt. Af en toe komt het geheel daardoor behalve erudiet ook geknutseld over. Van de ruime 280 bladzijden zijn er ruim 30 voor de uitvoerige bronvermelding en index.

     

    Ik las dit boek op vakantie en merkte dat ik het toch af en toe even moest weg leggen voor wat lichtere kost. Voor wie houdt van zware intellectuele kost is dit een leuk en interessant boek. Wie toch wat lichter, minder cultureel en meer wetenschappelijk wil is beter af bij Sacks of Thomson.

     

     

    Referentie

    Gedaanteverwisselaars

    Gavin Francis

    Uitgeverij NIeuwerzijds

    ISBN 9789057125041
    288 pag.

  • Wie kent nog die soep reclame uit de jaren ’90 met als slogan; ‘succes is een keuze’? Tegenwoordig leeft bij menigeen precies deze overtuiging. De maakbaarheid van geluk maakt van falen en ongeluk voor velen een loodzware last. Immers; wie niet succesvol en gelukkig is, heeft waarschijnlijk de verkeerde keuzes gemaakt. Er kleeft dus iets paradoxaals aan de opvatting dat geluk maakbaar is. Ongeluk wordt gekoppeld aan schuld. Terwijl ongeluk nu eenmaal bij het leven hoort en een ongelijke verdeling kent. Non-fictie auteurs zoals onder andere Paul Verhaeghe, Dirk de Wachter of de Engelse filosoof Alain de Botton, hebben hierover de afgelopen jaren in verschillende publicaties al hun bespiegelingen gegeven. In fictie is het natuurlijk eigenlijk altijd al een onderwerp geweest; wie kent een interessant en lezenswaardig goed boek waarin de hoofdrolspeler alleen maar succes en geluk ervaart?

     

    De anatomie van het geluk thematiseert het probleem rondom de zogenaamde maakbaarheid van geluk in een aangrijpend en meeslepend verhaal rondom Jonathan; een 39-jarige biomedisch wetenschapper die denkt het geluk te zullen vinden zodra hij heeft geleerd hoe hij vrouwen kan verleiden. Dat lijkt hem uiteindelijk goed te lukken. Maar is hij daarna ook gelukkig? 

  • Redelijk hoog zijn mijn verwachtingen na het zien van de cover en het lezen van de korte recensies over dit boek. Biografie als medicijn. Zou het een mooi hulpboek zijn over het gebruik van de biografie in de klinische praktijk? Zou het handvaten bevatten hoe de biografie te interpreteren? Psychodynamische theorieën wellicht rondom de biografie? Vol enthousiasme begin ik aan het eerste levensverhaal. 

  • Stelling: om psychiater te zijn moet je van taal houden. Waarom zou je anders voor een vak kiezen waar je de heledag praat en waar elk willekeurig woord op een weegschaaltje gelegd kan worden? Hoe vaak gebeurt het je niet dat je tijdens het uitschrijven van een psychiatrisch onderzoek met een blik op oneindig opkijkt van je scherm, op zoek naar het perfecte woord om de patiënt precieste vatten? Is ze nou lethargisch, akinetisch, inactief of toch psychomotorisch geremd? Gekmakend en heerlijk tegelijk!

  • Als iemand tijdens een nascholing verzucht: ‘Dit onderwerp komt helemaal niet aan de orde in de opleiding tot psychiater’ wekt dit enige ergernis op bij mij. Mijn, misschien even ergernisopwekkende, antwoord is: ‘Wat houdt je tegen om jezelf er in te verdiepen? Lees er een boek over?’ 

    In het geval van zelfbeschadiging heb ik mijn eigen tip ter harte genomen. Het boek ‘Achter de littekens’ van Meike Grol en Nienke Kool gaat over zelfbeschadiging. Typisch een onderwerp dat weinig aan bod komt in de opleiding tot psychiater. De auteurs stellen dat veel hulpverleners geneigd zijn zelfbeschadiging zo te zien als ze ooit geleerd hebben van een ervaren supervisor. Dit geeft een risico om contraproductieve overtuigingen (bijvoorbeeld: ‘wees neutraal’, ‘geen aandacht aan besteden’ of ‘verbied zelfbeschadiging tijdens klinische opname’) als waarheid te gaan zien. Juist bij een onderwerp als zelfbeschadiging, dat negatieve emoties oproept, en daardoor de neiging te willen simplificeren, rationaliseren of afstand te houden, is gedegen inhoudelijke kennis essentieel. 

  • Niet zo gek lang geleden was ik op een bijeenkomst waar een vooraanstaand psychiater betoogde dat de wetenschap in het algemeen en de biologisch ingestelde (bah, vies, verbeten gezicht) neurowetenschap in het bijzonder de psychiatrie de afgelopen decennia zo goed als niets had opgeleverd en dat we zo langzamerhand maar moesten accepteren dat de hersenen een ‘black box’ waren die we nooit zullen begrijpen. Een sombere boodschap waar ik het maar niet eens mee kan worden. Sommige boeken of documentaires delen dit pessimisme evenmin en laten enerzijds het complexe en mysterieuze van het menselijk brein zien, zonder afbreuk te doen aan het feit dat we toch stiekem best een eind gekomen zijn. 

  • Anton Hafkenscheid is een grote naam op het gebied van onderzoek naar de therapeutische relatie. Niet alleen heeft hij meerdere boeken geschreven over het thema, ook is zijn onderzoekslijn gericht op het bestuderen van de relatie tussen therapeut en patiënt. Kortom, een absolute en hele sympathieke expert. Er is niemand zo bevlogen over dit bijzondere thema als hij. Met die voorkennis begon ik het boek ‘beter worden in je vak’ te lezen. Ik verwachtte een masterclass over het verbeteren van je therapeutische relaties met je patiënten en het effectief inzetten van meetinstrumenten om jezelf een nog betere therapeut te maken.

  • Het tweede boek van psychiater Erik Rozing (pseudoniem)

    Stella, Stella, Stella, ze blijft onze schrijvende collega Erik Rozing bezig houden. Worstelde deze aantrekkelijke borderline patiënte in zijn debuutroman ‘de psychiater en het meisje’ nog met leven en liefde, in het tweede boek van Rozing gaat het voornamelijk over haar strijd om waardig te sterven. 

  • 1 dagje ziek thuis en de #dramaqueen in mij kwam naar boven: al zuchtend en steunend kroop ik naar dat boek dat de redding ging brengen: “Weer aan de slag - Anders omgaan met langdurige afwezigheid”.. Gelukkig kon ik na een dag of 3 terug aan het werk, nog voor ik het boek uithad maar toch was het een interessant boek!

  • In zekere zin zou je J.M.A. Biesheuvel de grondlegger van de recent in zwang gekomen ervaringsdeskundigheid kunnen noemen. In een tijd lang voor ervaringsdeskundigheid als zodanig uitgevonden was schreef Biesheuvel openlijk en zonder stigma over zijn ziekte (bipolaire stoornis) en zijn leven in de GGZ. Renate Rubinstein schreef dan ook ooit terecht: “Biesheuvel heeft voor gekken gedaan wat Gerard Reve voor homo’s deed.” Biesheuvel schreef veel over zijn geestesziekte, maar zeker niet al zijn werk ging hierover. 

  • In 2014 verscheen het leerboek “Psychiatrie voor juristen” van Ko Hummelen, dat hij schreef samen met Michiel Hengeveld en met als doel juristen op een beknopte manier te leren wat de psychiatrie behelst en hoe dit specialisme te werk gaat. Voor psychiaters was dit boek niet zo interessant. Heel anders is dat met dit tweede leerboek waarbij de titel al aangeeft dat er veel meer onderdelen van het samenspel tussen juristen en psychiaters/gedragsdeskundigen aan de orde komen, ‘Forensische psychiatrie en de rechtspraktijk”. Het eerste deel is in feite een vernieuwde versie van uitleg over psychopathologie voor juristen en beslaat de helft van het boek. Dit beslaat nu ongeveer de helft van het boek. Daarna beginnen nieuwe delen. 

  • Erik-Jan Vlieger, de auteur, vertrekt van een “persoonlijk verhaal”, waarbij de aanhalingstekens staan voor het feit dat het eigenlijk gaat over een persoonlijk verhaal van de buurman van de auteur. Op zich blijft het verhaal wel staan gezien het een realistische beeld geeft over de problematiek die de auteur wil beschrijven en uit “persoonlijke” verhalen ontstaan wel eens de mooiste initiatieven.

  • Geheel onbevooroordeeld was ik niet toen ik dit boek las. In de opleiding tot psychoanalytisch psychotherapeut, had ik al eens een cursus van Frans Schalkwijk over narcisme gevolgd. Dit was de eerste keer dat ik hoorde hoe je mensen met sterke narcistische kwetsbaarheid psychotherapeutisch zou kunnen behandelen. Ik weet niet meer wat ik daarvoor eigenlijk dacht, waarschijnlijk dat het ‘niet behandelbaar’ is. Ofwel: klachten als angst of depressie kunnen wel behandeld worden, maar de narcistische persoonlijkheidsstoornis zelf niet. 

    Vandaar dat ik benieuwd was naar dit boek getiteld ‘narcisme’. Het komt uit de reeks ‘Elementaire deeltjes’ van de Amsterdam University Press. Deze reeks heeft als oogmerk kennis uit allerlei wetenschapsgebieden toegankelijk te maken voor een breed publiek. Het boek is inderdaad goed leesbaar voor een leek, maar ook voor psychiaters valt er genoeg te leren. 

  • Eerlijk is eerlijk. Met frisse tegenzin begon ik met het lezen van het boek positieve psychiatrie. Behoudens de naam (wat allitereert ie lekker zeg), was ik nog niet erg overtuigd over de titel. Psychiaters behandelen mensen die lijden en we proberen het lijden te verlichten. Is positieve psychiatrie dan niet een contradictio in terminis? Natuurlijk moeten we opgewekt en positief in het leven staan om onze patienten te kunnen helpen, maar om er een hele nieuwe stroming voor te beginnen – zoals is gebeurd bij de positieve psychologie- stemde me enigszins sceptisch. Niet alleen geloof ik niet dat psychiatrie alleen maar positief kan zijn, ook denk ik dat lijden een belangrijk onderdeel van het menszijn en van ons vak is. Lijden is onderdeel van de condition humaine.

    Toch heeft het boek me verrast. Ondanks dat het wetenschappelijk bewijs voor de effectiviteit van positieve psychiatrische gespreksvoering (nog) niet is geleverd heb ik mijn vooroordelen enigszins in mijn bureaula kunnen stoppen.

  • Aandacht voor communicatie met patiënten is er – gelukkig – in ieder medisch curriculum, hoewel dit in de vervolgopleiding tot medisch specialist vaak weer verdwijnt. Onder medisch specialisten is ook steeds meer aandacht voor ‘professionalisering’ en competenties op het gebied van samenwerken, organiseren, leiderschap en communicatie met collega’s. Steeds meer ziekenhuizen en GGZ-instellingen begeleiden hun A(N)IOS en jonge medisch specialisten beter in hun rol als professional, maar hier is nog veel werk te verrichten. Het volgen van multidisciplinaire intervisie of instellen van reguliere mentorschappen zou eerder regel dan uitzondering moeten zijn.

    ‘De Alles-Arts – Communicatie in complexe situaties’ is een ambitieuze titel voor een ambitieus boek. Het is een ‘handleiding voor lastige situaties die je als arts in de dagelijkse praktijk veelvuldig tegenkomt.’ Toch gaat het boek over veel meer dan communicatie alleen. Competenties als organiseren, samenwerken, professionaliteit, leiderschap en zelfzorg komen aan bod.

  • Alzheimerdementie is een van die ziekten die patiënt en omgeving genadeloos in een machteloze positie plaatst. Niet verrassend is dit topic voor veel mensen een emotioneel geladen onderwerp. Verdriet, wanhoop, frustratie, kwaadheid; het is maar een selectie van de emoties die met dit onderwerp gepaard gaan.

    In hun wanhoop grijpen familieleden vaak naar pseudowetenschappelijke theorieën en bijhorende behandelingen. De auteurs zien het bestrijden van deze theorieën met een betrouwbaar wetenschappelijk referentiekader uitgangspunt van dit boek. Ze willen een overzicht geven van de kennis die op dit moment bestaat. Ze hopen daarmee familieleden, hulpverleners en iedereen die met de ziekte van Alzheimer in contact komt een goede te bieden, opdat de betrokkene een beter zicht zou krijgen op de zin en onzin van bestaande opvattingen en aangeboden behandelingen.

  • ‘Individu – wat ons maakt tot wie we zijn’ door Remo Largo lijkt een van de vele oppervlakkige zelfhulpboeken die gretig aftrek vinden. Dat de Nederlandse uitgever een hysterische flaptekst als ‘De befaamde kinderarts Remo Largo bevrijdt ons van prestatiedruk en de drang om onszelf voortdurend te ontwikkelen’ doet het boek geen recht. Maar befaamd ìs Remo Largo. In Duitstalige landen is hij vooral bekend van zijn populairwetenschappelijke boek ‘Babyjahre’ en ‘Kinderjahre’. Hij is in staat om voor een groot publiek aantrekkelijk te schrijven. Als kinderarts, ontwikkelingspsycholoog en wetenschapper werd hij bekend als onderzoeksleider van de Zürcher Longitudinalstudien, een longitudinaal onderzoek dat de ontwikkeling van een grote groep kinderen vanaf hun geboorte tot hun 18e jaar volgt en waaruit een veelvoud aan wetenschappelijke publicaties volgde.

     

    Individu

    De oorspronkelijk Duitse titel van het boek ‘Individu - Das passende Leben’ dekt de lading van het boek beter dan de Nederlandse vertaling. Largo is op zijn best als hij schrijft over de ontwikkeling van kinderen. Zonder pedant te worden schrijft hij met veel kennis van zaken over biologische, psychologische en sociale aspecten van de vroege jeugd tot volwassenheid.

    Het boek bestaat uit tien hoofdstukken. De meest aansprekende hoofdstukken staan in het eerste deel: over de biologische en sociaal-culturele ontwikkeling van de mens, het samenspel tussen aanleg en omgeving en de ontwikkeling naar individualiteit. Hierin deelt Largo zijn kennis en ervaring als kinderarts en wetenschapper. De stijl is duidelijk en vlot, nooit volgt een droge opsomming van feiten. Zijn argumenten onderbouwt hij met onderzoeksbevindingen die hij in enkele alinea’s samenvat.

    Later in het boek volgt een wat krampachtige poging om tot een overkoepelende theorie te komen: het ‘Fitprincipe’. Na een beschrijving van de basisbehoeften van het individu en de verschillende competenties die mensen willen ontplooien betoogt hij dat het individu het leven moet kiezen dat op basis van deze competenties en behoeften bij hem past. Hier komt hij met de theorie van het ‘fitprincipe’. Hoewel zijn theorie goed te volgen is, dringt zich toch de vraag op of er geen alternatieve theorie mogelijk was en waarom hij juist deze theorie kiest? Daarna volgt het hoofdstuk ‘Misfitconstellaties’ waarin hij dit toelicht aan de hand van problemen die een aantal verschillende mensen ondervinden in hun leven.

    In het laatste hoofdstuk ‘Omwenteling’ spreekt hij zich uit als cultuurcriticus. Het hoofdstuk heeft een meerwaarde in het betoog, alleen al omdat het zijn brede kennis en ongebreidelde nieuwsgierigheid naar het gedrag en functioneren van de mens in de verschillende levensstadia laat zien. Maar her en der verliest hij zich hier in aannames zonder die, zoals in zijn eerdere hoofdstukken in zijn boek, goed te onderbouwen met argumenten. Zonder blikken of blozen stelt hij dat de mens vroeger in kleine leefomgevingen beter af was en dat de huidige stedelijke en prestatiegerichte maatschappij per definitie slecht is voor de mens. Door de huidige prestatiemaatschappij wordt de mens ongelukkig en bevindt hij zich in een ‘misfitsituatie’. Voor het eerst klinkt hij hier haast wat oubollig. Een gemiste kans. De lijn van zijn betoog naar cultuurkritiek is interessant: hij probeert aan de hand van een disbalans tussen basisbehoeften, competenties en wat er van individuen in hun sociale omgeving gevraagd wordt uit te vinden hoe mensen beter voor zichzelf kunnen zorgen en gezond en gelukkig kunnen leven. Hierin had hij terug kunnen vallen op de sterke eerste hoofdstukken in het boek waarin hij de ontwikkelingsbiologie in de loop van de evolutie gebruikt om de diversiteit en de aanpassingsmogelijkheden van de mens te onderbouwen en te tonen.

     

    Besluit

    ‘Das passende Leben’ of ‘Individu’ lezen is meer dan de moeite waard. De stijl is prettig en relativerend, nergens wordt de toon betweterig of saai. Remo Largo is in staat om complexe theorieën in enkele alinea’s samen te vatten en ze in zijn betoog in te passen. Daarnaast is het verfrissend om naar de ontwikkeling en het sociale gedrag van de mens te kijken door de ogen van een ervaren kinderarts, ontwikkelingspsycholoog en wetenschapper. Los van een overheersend psychoanalytisch kader, maar met concrete observaties over de menselijke ontwikkeling uit een langlopend onderzoek en de vele publicaties die hieruit voortkwamen de laatste decennia. Hierin toont Largo zijn kennis en ervaring.

    Een algemene theorie over de ontwikkeling van de mens en hoe te leven in harmonie met je omgeving is te hoog gegrepen. Uit zijn werk spreekt grote nieuwsgierigheid en mededogen voor de mens, zijn biologische, culturele en sociale ontwikkeling en de relatie met de omgeving. Hij laat je de diversiteit van mensen zien, onderbouwt dat met onderzoeksresultaten en aansprekende voorbeelden. Largo zorgt ervoor dat je ieder mens als een individu ziet met een geheel eigen ontwikkeling in relatie tot afkomst, sociale omgeving en aanleg. En dat ook symptomen en klachten waarmee mensen zich bij kinderartsen, psychiaters of andere specialisten presenteren niet te snel als stoornis moeten worden verklaard, maar heel vaak binnen een normale variatie van de biologische en sociale ontwikkeling passen, zodat naar een op het individu toegespitste oplossing kan worden gezocht.

     

  • Mindfulness is een door het Zen boeddhisme geïnspireerde manier om de aandacht zonder oordeel te richten op het hier en nu. In de afgelopen jaren werd mindfulness based cognitieve therapie (MBCT) ontwikkeld, onderzocht en effectief bevonden bij mensen met recidiverende depressies. Maar is deze therapie, in de vorm van een 8-weekse training, ook geschikt voor mensen met een suicidale depressie?

  • RECENSIE Frank Koerselman (70) heeft na een lange carrière als psychiater (en hij is nog steeds praktiserend) een boek geschreven die zijn gedachten, ideeën en vermoedens in over het leven vormgeven. En dat is fijn. Het boek is een krachtig document van wat hij vindt en hoe hij denkt dat de mens in elkaar zit. Koerselman beschrijft de belangrijkste verlangens van de mens; geborgenheid, autonomie en competitie. Daarmee wordt het boek is een prachtige collegereis naar de grondbeginselen van identiteit en de zoektocht naar wie wij denken te zijn.

     

    Om eerlijk te zijn, een recensie schrijven over een boek van mijn oude leermeester, dat is geen gemakkelijke opgave. Ik heb veel van Frank Koerselman geleerd, hij heeft mij gevormd als psychiater en nog steeds zie ik zijn invloed op mijn werk (als psychiater). De kennis die hij aan mij geeft (en die ik blijkbaar nuttig vond) gebruik ik iedere dag en leer ik aan aankomende psychiaters. Die disclaimer moet ik maken om deze recensie op waarde te schatten.

  • Een boek over het nut en de schoonheid van het ouder worden. Het is een pleidooi voor de mens op leeftijd. Waarom erkennen we hun (levens)wijsheid niet wat meer en stellen we tegenwoordig elke vraag die we hebben aan google in plaats van onze opa’s en oma’s?

     

    Om te beseffen welke belangrijke rol de oudere mens heeft gespeeld moet je je wel wat door de eerste hoofdstukken van het boek heen worstelen. Daar worden stuk voor stuk onze evolutionaire voorouders besproken. Vooral om een idee te krijgen van hoe het er vroeger aan toe ging en wat er voor heeft gezorgd dat we momenteel stukken ouder worden dan destijds. De evolutie nam een flinke sprong op het moment dat de wat oudere vrouwen de zorg en opvoeding van de kleinkinderen voor hun rekening begonnen te nemen. Kennis werd doorgegeven in plaats van dat het mee het graf in werd genomen. De levensverwachting stijgt ontzettend en op een bepaald moment verandert je rol dus van voortplanter naar verzorger/opleider. Dat alles om te benadrukken dat de oudere mens ons gebracht heeft tot waar we nu staan.

     

    Wat mij vooral in dat eerste gedeelte van het boek een beetje stoort zijn de herhaaldelijke verwijzingen naar andere boeken van de schrijver waarin delen van zijn pleidooi uitgebreider worden verwoord. Maar goed, we worden dus oud. De vraag die velen van ons zich stellen is echter vandaag de dag – hoe kunnen we nóg ouder worden? En vooral ook hoe worden we gezond oud? Op deze vragen probeert Mark Nelissen, gesteund door wetenschappelijk onderzoek, voorzichtig antwoorden te formuleren. Voor mensen werkzaam in de gezondheidszorg worden er geen wereldschokkende onthullingen gedaan. Het belang van bewegen en sociaal contact wordt aangehaald, je moet niet te vroeg met pensioen gaan en toch een beetje opletten met wat je eet om de kans op een langer leven te vergroten. Hij verklaart waarom het leven zo veel sneller lijkt te gaan als je ouder bent en staat stil bij hoe je het toch kan proberen -af te remmen-.

     

    Dat doet hij goed, maar des te dichter we bij het einde komen des te meer zijn visie en goedbedoelde adviezen m.b.t. een aantal zaken ook naar voren komen. Hoewel hij expliciet aangeeft dat het ons volste recht is om anders te denken, blijf ik toch met het gevoel zitten dat anders denken een wat minderwaardige visie is, vanwege de argumenten ertegen. Kortom, mij lag het boek en zijn stijl niet echt. De algemene boodschap van het boek, waarbij de auteur vooral meer respect lijkt te vragen voor ouderen, kan ik echter alleen maar toejuichen. En ben je een ouder wordende persoon op zoek naar antwoorden op een aantal (levens)vragen, dan kan Eindelijk Oud je ongetwijfeld op weg helpen.

     

     

    Bibliografie

    Eindelijk oud – Mark Nelissen.

    EAN: 9789401444194

    Aantal pagina's: 256

    Lannoo

  • Martin Appelo, schrijver en psychotherapeut beschrijft in het boek WIJ/ZIJ op vrolijke en ontspannen wijze het narcistische conflict waar wij op dit moment in de samenleving mee kampen. Door de maatschappij in te delen in WIJ en ZIJ creëren we een polariserende samenleving. Dit bekeken vanuit het narcistische perspectief verklaart de hang naar dit zwart-wit denken en helpt om vanuit het narcistische perspectief het WIJ/ZIJ denken te verminderen.

    Martin Appelo begint steevast zijn colleges of presentaties met de vrolijke disclaimer (met een knipoog) dat hij zelf een narcist is. Dat wetende vond ik een geruststellend begin. Appelo is daarmee als psychotherapeut misschien wel dé expert om narcisme uit te leggen, te duiden (en te vergoelijken). Daarmee geeft hij zijn publiek indirect houvast en berusting. Het maakt het beter te verdragen dat we allemaal narcistische verlangens hebben en dat dat ook onderdeel is van het mens zijn. Zijn betoogtrend verliest daarmee een veroordelende toon. Het gevolg is dat narcisme niet als per se slecht moet worden gezien maar eerder een onderdeel is van de menselijke conditie. En daarmee wordt de inhoud van zijn boek vanzelf een stukje luchtiger.

  • Het is zomer! Tijd om de wereld vanuit een ander perspectief te bekijken. En daarvoor hoef je niet ver te reizen. Met een paar goede boeken ben je zo in een andere wereld. Lampje, het schrijfdebuut van kinderboekenillustrator Annet Schaap, is zo’n boek. Een kinderboek dat ook volwassenen met plezier zullen lezen.

  • Hoera, een boek over persoonlijkheidsstoornissen bij pubers!

    ‘Stel jij de diagnose persoonlijkheidsstoornis bij jongeren?’. Een vraag die mij de afgelopen jaren regelmatig werd gesteld en waaruit blijkt dat niet alleen jongeren en hun ouders, maar ook veel collega’s weinig weten over persoonlijkheidsstoornissen bij jongeren, of er niet in ‘geloven’.  

    Noor Tromp, klinisch onderzoeker en beleidsmedewerker in de jeugdhulp en -psychiatrie, promoveerde op persoonlijkheidsstoornissen bij jongeren en wil haar kennis delen met het grote publiek. In het boek ‘Geen gewone puber; borderline en andere persoonlijkheidsproblemen tijdig herkennen’, geeft zij in 7 hoofdstukken een beeld van de ontwikkeling van de persoonlijkheid, wat daar voor problemen bij kunnen optreden en hoe je persoonlijkheidsproblemen herkent en kunt behandelen.

  • Tegenwoordig wordt van medici en paramedici meer en meer verwacht thuis zijn in de ingewikkelde wereld van genetica. Er wordt gestrooid met termen zoals farmacogenetica, epigenetica, GWAS (genoomwijde associatie studies), waarbij het soms moeilijk is het overzicht te bewaren, laat staan te filteren wat nu relevant is voor een wetenschappelijk geïnspireerde dagelijkse praktijk. Hoewel dit boek niet geschreven is voor psychiaters en zelfs niet expliciet het veld van psychiatrische genetica bespreekt, legt het wel op een erg ludieke, maar volledige en educatieve wijze de basisprincipes van genetica uit en hoe we vanuit Darwins ‘On the origin of species’ zelf geëvolueerd zijn in het begrijpen van genetica en hoe dit ons dagelijks leven bepaalt.

  • Woensdag 5 april op het Voorjaarscongres van de NVvP was de launch van het boekje Acute Psychiatrie. Initiatiefnemer De Jonge Psychiater is trots om het boekje Acute Psychiatrie te mogen voorstellen (in samenwerking met de NVvP en SKMS).

    Het boekje, want zakformaat, was direct te koop en de volledige stock was er op 1 uur door!! Nu dus alleen nog te verkrijgen via Van Zuiden

     

    Omslagtekst:

    Het boekje Acute psychiatrie bevat informatie over acute presentaties van psychiatrische ziektebeelden en bestaat uit standaarden per onderwerp. De redactie heeft geprobeerd de onderwerpen zo te kiezen dat zij een reflectie vormen van presentaties van acute psychiatrische beelden die vooral door aios psychiatrie, psychiaters, de huisarts, artsen op de spoedeisende hulp en medewerkers van een crisisdienst worden gezien. Het doel van het boekje Acute psychiatrie is het geven van beknopte en concrete informatie met gestandaardiseerde handvatten die breed en zo objectief mogelijk toepasbaar zijn. Elke standaard is zo veel mogelijk geschreven in hetzelfde format.

  • Van 5 t/m 7 april wordt het jaarlijkse Voorjaarscongres van de NVvP gehouden. Dit jaar met een belangrijk centraal thema; veerkracht! Wat is veerkracht en waarom is het zo’n belangrijk thema? Volgens de NVvP is veerkracht een dynamisch begrip: ‘Het gaat over ons vermogen om druk te hanteren en de vaardigheid van herstellen.’ Er zijn natuurlijk meer definities te bedenken. Hoe je veerkracht definieert hangt ook af van je vertrekpunt (moleculair, neurobiologisch, psychologisch, sociaal-maatschappelijk etc.) Daarover horen wij naar verwachting van 5 t/m 7 april meer in Maastricht. De definitie van de NVvP spreekt mij eerlijk gezegd als vertrekpunt wel aan. Het doet mij sterk denken aan wat ik afgelopen zomer heb gelezen in het boek ‘Stalen Zenuwen’ van Ger Post. Daarin geeft de auteur op aansprekende wijze antwoord op de vraag hoe topsporters presteren onder druk. Wat Post ons leert over de manier waarop topsporters hun weerbaarheid zouden moeten trainen, levert ook nuttige inzichten op voor de psychiatrie. De belangrijkste les uit het boek is dat wij nogal gestrest zijn over stress. 

  • In het boek Autisme en ADHD in een persoon beschrijft Josine Bouwmans haar persoonlijke levensgeschiedenis dat wordt gekleurd door haar dubbele diagnose (Autisme en ADHD). Aan de hand van dat levensverhaal bespreken twee experts op het gebied van orthopedagogiek (prof. Ina van Berckelaer-Onnes) en ontwikkelingspsychologie (Dr. Sander Begeer) de symptomatologie van Josine en geven een wetenschappelijke achtergrond waarin dit levensverhaal geplaatst kan worden.